Afdrukken

Stap 1: Invoer vaste gegevens

Introductie
Vaste gegevens
Afwijkingen voor sjabloon Eenmanszaak/VOF

 

Introductie

Indien u gebruik maakt van PM-Record, kunnen de vaste gegevens die in dit onderdeel worden beschreven automatisch worden ingelezen. U hebt de gegevens en teksten dan reeds in een eerder stadium bewerkt. Deze gegevens en teksten kunt u nog altijd wijzigen in PM-Report. Het inlezen van de gegevens uit PM-Record doet u via de knop <Importeren> onder stap 1 in het hoofdmenu. Op het scherm dat verschijnt, selecteert u de betreffende klant uit de lijst. Vervolgens vinkt u aan welke gegevens u wenst te importeren: Vaste gegevens, Vennoten of eigenaar, Grondslagen, IVA – MVA – R/C (2x), FVA – Deelnemingen, Aandelenkapitaal,  Langlopende schulden, Omzet- en kostprijsgroepen, Overige gegevens en NIBOV, Aandeelhoudersvergadering, Rapport onderdelen en Flexibele lay-out. Een aantal van deze opties staat standaard niet aan. Vink deze, indien gewenst, zelf aan. PM-Report onthoudt voor dit specifieke rapport uw keuze, voor het geval u opnieuw wenst te importeren. Voor een beschrijving van de bewerkingen in PM-Record verwijzen wij u naar het onderdeel <Vastlegging in PM-Record> van deze handleiding.

Vervolgens kiest u voor <OK>. De gegevens worden automatisch ingelezen in PM-Report. Via de knop <Handmatig invoeren> onder stap 1 in het hoofdmenu kunt u de geïmporteerde gegevens bekijken en eventueel bewerken. Daarnaast zijn er gegevens geïmporteerd, die via de subformulieren onder stap 3: Rapportonderdelen in het hoofdmenu zijn te benaderen. Bijvoorbeeld geïmporteerde onderdelen in het subformulier Kengetallen:

Extra informatie: indien u ook  de rapportonderdelen importeert, worden er onder stap 3 van het hoofdmenu vinkjes geplaatst bij de gewenste rapportonderdelen. Echter, achter sommige vinkjes zitten aanvullende formulieren, waar om nadere informatie wordt gevraagd, maar die niet in PM-Record kunnen worden gevuld. U wordt hierop in stap 3, middels een rood uitroepteken, geattendeerd. Let wel, alleen bij vinkjes, waarbij aanvullende gegevens niet reeds in PM-Record gevuld kunnen worden, staan rode uitroeptekens. Het kan dus zijn dat er wel subformulieren achter bepaalde vinkjes zitten, terwijl er geen uitroepteken voor het vinkje staat. Hier dient u rekening mee te houden. Wij adviseren u dan ook zoveel mogelijk gegevens reeds in PM-Record in te vullen.

Δ Top 

Vaste gegevens

Indien u kiest voor <Handmatig invoeren>, of u heeft gegevens geïmporteerd uit PM-Record, dan ziet u op de bladen die volgen de gevraagde (en eventueel gevulde) gegevens. Hieronder volgt een korte beschrijving van bepaalde velden.

Hier kiest u allereerst de rechtsvorm van de onderneming, waarvoor u een rapport gaat maken. Op de achtergrond worden aan de hand van deze keuze de juiste bladen geselecteerd. Kiest u bijvoorbeeld voor de Eenmanszaak of V.O.F., dan zal geen paragraaf voor de fiscale positie verschijnen en zullen de specificaties van de kapitaalrekeningen worden geselecteerd.

Indien u een jaarrekening wenst te maken voor een stichting of vereniging, dan kunt u eenvoudig de teksten van de regels wijzigen in het blad subcodering of van de rubrieken in de brugstaat naar de van toepassing zijnde termen. ‘Resultaat’ wordt bijvoorbeeld ‘Exploitatiesaldo’.
U start op het formulier <Vaste gegevens 1/2>. U vult de gevraagde gegevens in.

De bedrijfsactiviteit omvat een korte beschrijving, die verplicht dient te worden opgenomen in de waarderingsgrondslagen. Deze omschrijving wordt ook op het blad <Bedrijfsgegevens> getoond.

Enkele van de gegevens die u op de formulieren van de vaste gegevens plaatst, komen op meerdere bladen terug. Zo worden de gegevens van de Kamer van Koophandel ook gebruikt voor de verzending van de publicatiestukken. Eventueel kunt u later nog de gegevens op de bladen bewerken.

Daarna kiest u voor <Volgende>.

Op het 2e blad wordt u gevraagd te kiezen tussen ‘Accountsrapport’, ‘Jaarverslag’, of ‘Tussentijds rapport’. Deze keuze is bepalend voor de benoeming van de eerste bladen van het rapport, voorafgaande aan de Jaarrekening en Overige gegevens. Deze omschrijvingen worden in de kopregel getoond.

Daarna komt de optie <Kalenderjaar> of <Gebroken/Verlengd boekjaar>. Dit gegeven is bepalend voor de omschrijvingen boven de kolommen. Bij <Kalenderjaar> worden boven de kolommen het jaartal en de einddatum vermeld. Bij de keuze <Gebroken/Verlengd boekjaar> wordt de periode van …… t/m …… boven de kolommen vermeld in de resultaatoverzichten. De einddatum komt boven de verloopstaten in de balans.

Indien u de geïmporteerde cijfers in een andere valuta wenst te presenteren, selecteert u de betreffende valuta.

U kunt afronden op hele valuta of duizendtallen. Het gehele rapport wordt dan conform de gekozen afronding opgemaakt. De afronding is samen met het valutateken op ieder blad vermeld.

De keuze van het aantal perioden is zeer belangrijk voor de uitlijning en indeling van het rapport. Kiest u bijvoorbeeld voor één periode, dan worden de cijferkolommen naar rechts verplaatst. Kiest u 2 perioden, dan is het niet mogelijk van de voorgaande periode ook vergelijkende cijfers op te nemen voor de kengetallen en het kasstroomoverzicht. Die worden dan alleen voor de huidige periode getoond.

Naast de eindsaldi van periode 1 wordt de mogelijkheid geboden tevens de saldi van de beginbalans op te nemen. Deze saldi van de beginbalans dienen te worden geïmporteerd (of handmatig te worden ingevoerd) in de kolom van periode 2. Dit is kolom F op het tabblad <Subcodering>.

Direct na deze keuze kunt u de begin- en einddata definiëren. Standaard wordt een recente mogelijkheid vermeld. U kunt deze overschrijven. Zodra u onder het huidige jaar een dag, maand of jaartal verandert, zullen de volgende kolommen automatisch worden aangepast. U kunt deze voorstellen altijd overschrijven.

Zodra de perioden zijn gekozen, rekent PM-Report automatisch het aantal werkbare dagen uit. Standaard is het aantal werkdagen berekend voor de reeds opgenomen perioden. Indien u het saldo van de werkdagen (die op de verzamelloonstaat zijn vermeld) invoert, wordt direct het gemiddelde van het aantal werknemers berekend, waarbij rekening wordt gehouden met het aantal werkbare dagen voor de sociale verzekeringswetten in die periode. Dit is een verplicht gegeven in de jaarrekening. De berekening kunt u overschrijven.

Eventueel geeft u hier ook de koers ten opzichte van de ingevoerde valuta ultimo iedere periode weer. Alle cijfers worden dan weergegeven in de nieuwe koers, behalve de eerste regels in alle verloopstaten in de toelichting op de balans. Deze starten de beginpositie met de waarde uit de vorige periode (dus ook tegen de vorige koers). Als 2e regel volgt dan een ‘correctie koersverschil’, waarna verder wordt gegaan in de koers van de balansdatum. De winst- en verliesrekening wordt geheel opgesteld in de gestelde koers ultimo balansdatum.

Op dit formulier kunt u ook aangeven wie de accountant is en wie de jaarrekening heeft samengesteld. Vult u geen naam in bij de samensteller, dan zal de regel in het rapport ook niet worden getoond.

De datum van het rapport staat standaard op de dag van de datum dat u start met het maken van de jaarrekening. Deze datum komt onder de balans, winst- en verliesrekening, het directieverslag, de overige gegevens en de aandeelhoudersvergadering. In het verslag wordt de datum van vandaag gemeld. De datum die in dit vak wordt ingevuld, is de datum waarop de aandeelhoudersvergadering wordt gehouden, waarin de jaarrekening wordt vastgesteld.

Als u alle gegevens heeft ingevuld, klikt u op de knop <OK>.

Na deze keuze wordt het rapport op de achtergrond aangemaakt. Alle bladen worden voorzien van de juiste naam en de vestigingsplaats en de gedefinieerde kolommen worden op alle bladen (circa 65) aangemaakt en voorzien van data. Het betreft hier de opmaak van de bladen en niet de keuze van de onderwerpen in het rapport. Zie daarvoor verder Stap 3 in deze handleiding.

Direct na de invoer van de vaste gegevens komt stap 2: financiële gegevens.

Δ Top

Afwijkingen voor sjabloon Eenmanszaak/VOF

Indien u onder <Stap 1: Vaste gegevens> op het scherm <Vaste gegevens 1/2 > kiest voor de opmaak van een rapport voor een eenmanszaak, vennootschap onder firma, maatschap, openbare vennootschap, commanditaire vennootschap of stille vennootschap, dan zal een extra scherm getoond worden met nader in te vullen gegevens. U vult de gegevens in op de formulieren <Vaste gegevens 1/2> en <Vaste gegevens 2/2>. Na deze invoering klikt u op <OK>. Dan verschijnt het extra scherm <Nadere gegevens vennoten >:



Eerst geeft u aan hoe de rente over de kapitalen wordt berekend. Indien de winst in een periode niet kan worden afgeleid uit een procentuele verdeling als vastgelegd in de vennootschapsakte, geeft u dat aan onder het kopje <Handmatige invoer winst>. U kunt dan later per vennoot het winstaandeel als bedrag invullen. Deze situatie komt voor bij tussentijdse toe- of uittreding of andere winstverdelingsafspraken dan procentuele verdeling.

Hierna geeft u aan hoeveel vennoten er zijn. Maximaal kunnen 10 vennoten worden ingevoerd. U kunt nu de gegevens van de vennoten invullen (indien zij van toepassing zijn). De posten <Arbeidsvergoeding>, <Rente % op kapitaal> en <Winstaandeel> betreffen alle posten welke invloed hebben op de winst. De posten <Beperkt aftrekbare kosten>, <Scholingsaftrek>, <Mutatie F.O.R.> en <Stand herinvesteringreserve> zijn bedragen die geen invloed hebben op de winstverdeling, maar wel op de individuele fiscale positie. Deze posten dienen te worden betrokken in de individuele aangifte en hebben voornamelijk een informatief karakter, behalve de <Mutatie F.O.R.>. Eventueel kunt u onder het kopje <Berekening rente op kapitaal> de wijze van renteberekening op het kapitaal bepalen. U kunt hierbij kiezen tussen rente op basis van het kapitaal <Stand beginboekjaar> of rente op basis van het kapitaal <Gemiddelde boekjaar> (exclusief resultaat boekjaar).

Let op: de gezamenlijke winstpercentages dienen altijd 100% te zijn. Indien er een verdeling van 3 maal 1/3 deel is, vul dan respectievelijk in 33,3; 33,3; en 33,4 of bijvoorbeeld 33,33; 33,33; en 33,34.

Als gevolg van de wijzigingen die zijn doorgevoerd in de Wet IB 2001, zijn de bepalingen met betrekking tot de Fiscale Oudedagsreserve opgenomen. Men kan middels een overboeking de beginpositie van het kapitaal per vennoot splitsen in het kapitaal (exclusief oudedagsreserve) en de stand van de oudedagsreserve per 1 januari 2001. Per vennoot is een subcode aangemaakt. In de balans worden per vennoot het kapitaal en de oudedagsreserve getoond.

In de wet is bepaald dat de mutatie van de oudedagsreserve van invloed is op het resultaat (in casu de winst uit onderneming per vennoot). Echter, de individuele mutaties kunnen belangrijk verschillen en hebben geen invloed op het resultaat van de vennootschap onder firma dat onder de vennoten wordt verdeeld.

Om die reden hebben wij voor de volgende oplossing gekozen. Per vennoot geeft men de jaarlijkse mutatie weer. De winst van de vennootschap wordt verdeeld conform de winstverdelingsregeling in de vennootschapsakte, al of niet rekening houdend met een arbeidsvergoeding en een rentevergoeding over het kapitaal per vennoot. In de specificatie van de opbouw van de kapitalen wordt automatisch het bedrag van de <Mutatie F.O.R.> in mindering op de winst gebracht en op een aparte regel getoond. Het eindkapitaal wordt gesplitst weergegeven, waarbij geldt dat op het totale kapitaal de stand van de oudedagsreserve bij het begin van de periode plus de jaarmutatie in mindering worden gebracht en als eindstand F.O.R. zichtbaar worden gemaakt.

Indien de rechtsvorm een eenmanszaak, vennootschap onder firma, maatschap, openbare vennootschap, commanditaire vennootschap, stille vennootschap, vereniging of stichting is, dan dient u andere subcodes te gebruiken, dan wanneer de rechtsvorm bijvoorbeeld een besloten vennootschap is.

Zo dient u voor het eigen vermogen, in plaats van de subcodereeksen 510-513 (algemene reserve) en 500-504 (gestort en opgevraagd kapitaal), de subcodereeksen van de kapitaalrekeningen te gebruiken. Per vennoot is een specifieke subcodereeks beschikbaar, beginnend bij de reeks 2500-2520 voor vennoot 1. Bij een vennootschap onder firma heeft u de beschikking over 10 reeksen voor maximaal 10 vennoten. In geval van de eenmanszaak, vereniging of stichting dient u de subcodereeks van vennoot 1 (2500-2520) te gebruiken.

Daarnaast geldt dat de subcodes 9900 en 9910 (belastingen) alleen gebruikt dient te worden voor bedrijven die vennootschapsbelastingplichtig zijn. Dit geldt dus niet voor de rechtsvormen die vallen onder ‘Sjabloon Eenmanszaak/VOF’, waaronder ook de rechtsvormen vereniging en stichting. Echter, indien u heeft gekozen voor de rechtsvorm vereniging of stichting, dan kunt u eventueel aangeven dat deze wel ‘Vpb-plichtig’ is. Derhalve zullen diverse onderdelen/teksten beschikbaar worden, die doorgaans alleen voor de rechtsvormen besloten en naamloze vennootschap gelden. Dit geldt bijvoorbeeld voor het onderdeel ‘Fiscale positie’, waar een specificatie van de berekende vennootschapsbelasting wordt opgenomen.

Δ Top

Pro Management Software | Lijstersingel 15 | 2902 JD | Capelle aan den IJssel | T: 010 - 4517676 | Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Inloggen | Powered by transparant-small