Afdrukken

PM-UpdateManager

Introductie
PM-UpdateManager® installeren
PM-UpdateManager® opstarten
Advies voor gebruikersdistributie

 

Introductie

PM-UpdateManager® ondersteunt de gebruikers van PM applicaties bij het installeren van nieuwe versies. PM-UpdateManager® haalt standaard de laatst nieuwe installatiesoftware op van de PM website, controleert of er nieuwe versies of ‘builds’ beschikbaar zijn en realiseert uiteindelijk – aan de hand van uw eigen keuzes – de aanpassingen aan de PM Software.

Δ Top

PM-UpdateManager installeren

U gaat naar de PM website en meldt u aan met uw klanten-login. Daarna klikt u rechts op het onderdeel ‘Updates’. De betreffende pagina geeft u de mogelijkheid om PM-UpdateManager® te downloaden. U hoeft dit maar eenmalig te doen. De installatiesoftware komt in de vorm van een zip-bestand, dat u op een willekeurige plek op uw lokale pc opslaat.

Na de download pakt u het zip-bestand uit. U ziet dan twee bestanden: ‘PM-UpdateManagerSetup.msi’ en ‘Setup.exe’. Dubbelklik op het ‘Setup.exe’-bestand.

Na het opstarten van de procedure zal de setup controleren of u een tweetal noodzakelijke Windows-componenten op uw pc hebt geïnstalleerd: Microsoft Data Access Components 2.8 en .NET Framework 2.0. Indien deze niet worden gevonden, wordt u meteen de mogelijkheid geboden ze te installeren. Indien u de gebruikelijke voorwaarden accepteert zal het installatieproces zich automatisch voltrekken.

Na de evt. installatie van Microsoft Data Access Components 2.8 en .NET Framework 2.0 wordt de installatie-wizard van PM-UpdateManager® gestart. Volg de instructies en ook dit proces voltrekt zich verder automatisch.

Δ Top

PM-UpdateManager® opstarten

Na de installatie van PM-UpdateManager® kunt u het vinden onder het Start-menu in Windows (‘Start Alle programma’s Pro Management PM-UpdateManager’). U kunt het programma opstarten zo vaak u wilt en u krijgt het volgende schermpje te zien:



Druk op ‘Start’ om de applicatie te activeren.

PM-UpdateManager® haalt nu een supplementair programma op (PM-Installer) om de daadwerkelijke versie-controle te kunnen uitvoeren. Dit kan even duren, omdat de software via het internet wordt opgehaald en gestart. Wacht u rustig af tot het volgende scherm verschijnt:



In het hoofdscherm wordt als eerste gevraagd om de basismap voor de installatie op te geven. De basismap voor de installatie is de map op uw lokale computersysteem waarin alle PM software geïnstalleerd wordt (meestal: ‘C:\Program Files\Pro Management’). De basismap kan ook geselecteerd worden door te klikken op de knop rechts van het invoerveld voor de basismap. Als de opgegeven basismap niet bestaat dan zal deze worden aangemaakt.

Noot: in het rechterkader wordt aangegeven welke Microsoft Office-versie op uw pc is gevonden. U kunt dit evt. aanpassen door een andere optie aan te vinken.

Vervolgens geeft u aan over welke PM licenties u beschikt; u selecteert de locaties waarin de diverse PM applicaties zijn geïnstalleerd. Indien op de door u opgegeven locaties géén licentie-bestanden kunnen worden uitgelezen krijgt u hiervan een melding en de betreffende vinkjes worden weer ‘uitgezet’.

U hoeft deze handeling in principe slechts eenmalig uit te voeren; na bevestiging zullen de instellingen die u heeft aangebracht worden opgeslagen en de volgende keer dat u PM-UpdateManager® opstart worden deze automatisch ingeladen.

Let op: indien u van PM-DocMaker® gebruik maakt, vergewis u er dan van welke opstart-locatie MS Word™ gebruikt; dit is ook de locatie waarin een evt. nieuwe versie van PM DocMaker® dient te worden geïnstalleerd. Indien u niet zeker bent, start dan MS Word even op, ga naar het menu ‘Extra Opties’, selecteer het tabblad ‘Bestandslocaties’ en controleer het ‘Opstarten’-pad. Dit pad neemt u over in PM-UpdateManager®.

Als u alle gewenste opties hebt aangevinkt en deze zijn geaccepteerd, klikt u op de knop ‘Sluiten venster’; het programma gaat nu:

  1. een bestand downloaden (‘PM-Installer.xml’) waarin staat welke versies van software/bestanden op de PM website klaarstaan voor downloaden. Dit bestand wordt geplaatst in de directory ‘Basismap voor installatie>\PM-Installer\’;
  2. het opgehaalde bestand vergelijken met de reeds op uw computersysteem geïnstalleerde versies (dit wordt bijgehouden in het bestand ‘PM-Installed.xml’ in dezelfde map als ‘PM-Installer.xml’). Als de beschikbare versie een lager nummer heeft dan op uw systeem staat geïnstalleerd dan worden die onderdelen niet geselecteerd voor installatie.

Wacht u even rustig af; de applicatie dient deze acties via internet uit te voeren en dit kan – afhankelijk van uw bandbreedte en de verkeersstroom op het web – wat tijd in beslag nemen. Uiteindelijk krijgt u het volgende scherm te zien:



In het venster ziet u alle onderdelen van de PM-applicaties die beschikbaar zijn voor installatie. Deze zijn gerangschikt per programma-onderdeel (‘bundels’), bijv. Record, DocMaker, Report, etc. Indien is geconstateerd, dat uw huidige versie van een programma-bundel ouder is dan de versie die beschikbaar is, zijn alle hokjes onder de ‘OK’-kolom automatisch aangevinkt – vergelijk ook de kolommen ‘Versie’ (= beschikbaar) en ‘Huidig’ (= geïnstalleerd). In dat geval kunt u alleen per complete bundel installeren (u kunt uit die bundel geen afzonderlijke hokjes aan- of uitzetten). Wilt u niet installeren, dan zet u de complete bundel uit.

Noot: indien u in de kolom ‘Huidig’ de waarde -1 ziet staan betekent dat, dat dit de eerste keer is dat er via PM-UpdateManager® wordt ge-updated (er bestaan dan nog geen vergelijkingsgegevens).

Indien de versie-nummers gelijk zijn, dan kunt u wél per afzonderlijk onderdeel (her-)installeren. Stel: u bent een help-document kwijt, dan kunt u ervoor kiezen alleen dit document opnieuw op te halen.

In de kolom ‘Vervang’ kunt u aangeven of een bestand overschreven mag worden of niet. Als het vinkje uitstaat, dan zal een bestand dat al bestaat op uw computersysteem niet worden overschreven door een opgehaalde versie. Dit kan wenselijk zijn i.v.m. eventuele zelf aangepaste MS-Excel sjablonen of Help-documenten. Als u klaar bent met uw selectie kunt u middels de knop ‘Installeer’ de daadwerkelijke installatie uitvoeren.
Er worden dan de volgende acties uitgevoerd:

  1. De nodige mappenstructuur wordt aangemaakt onder de basismap.
  2. De geselecteerde bestanden worden van de website opgehaald.
  3. De bestanden worden naar hun goede plaats gekopieerd (als ze al bestaan worden ze alleen gekopieerd als ze vervangen mogen worden)
  4. Aangegeven bestanden worden verwijderd.
  5. Tijdelijke bestanden worden opgeruimd.
  6. Indien nodig worden geïnstalleerde programma’s opgestart om instellingen op te geven.
  7. PM-Installer wordt afgesloten als het vinkje bij ‘Sluit venster als installatie klaar is’ aan staat.

Δ Top

Advies voor gebruikersdistributie

Met het inbouwen van meer en meer functionaliteiten – en dus velden, tabellen en records – wordt de centrale, achterliggende SQL Server database intensiever gebruikt en zal de groei ervan parallel lopen met die van uw kantoor, zeker als het aantal gebruikers toeneemt. Dit betekent ook, dat uw netwerk-verkeer toeneemt. Met andere woorden: de PM-applicaties worden ‘zwaarder’.
Het is daarom van belang, dat u de distributie van de PM-applicaties op een zo optimaal mogelijke wijze doorvoert. Bij sommige kantoren worden bijvoorbeeld PM-DocMaker en PM-Record nog centraal op het netwerk geplaatst, waarbij iedere gebruiker hetzelfde bestand aanroept. U wordt dringend geadviseerd om dit te heroverwegen!

Zorg er altijd voor, dat iedere gebruiker – óók als u met Terminal Server werkt! – diens eigen bestanden aanroept. Dat betekent een lokale versie van PM-DocMaker in de eigen, persoonlijke MS Word-opstartdirectory en een eigen versie van het PM-Record front-end bestand (bekend als de ‘mde’-file).

Zeker voor Terminal Server gebruikers is het belangrijk, dat de applicaties door elke gebruiker vanuit hun eigen home-directory worden opgestart en bediend. Dit voorkomt niet alleen, dat dataverkeer gespreid wordt, maar belangrijker nog is dat de security-opties en de identificatie van gebruikers alleen dan goed kunnen werken; zowel PM-Record als DocMaker schrijven gebruiker-specifieke gegevens lokaal weg (via identificatie-bestanden en Windows register) en dit is onmogelijk als Terminal Server voor iedere gebruiker hetzelfde bestand opent. Bovendien zullen uw applicaties er aanmerkelijk sneller van worden.

Neem contact op met de PM-Helpdesk voor meer uitleg of als u assistentie nodig heeft.

 

Δ Top

Pro Management Software | Lijstersingel 15 | 2902 JD | Capelle aan den IJssel | T: 010 - 4517676 | Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Inloggen | Powered by transparant-small